vrijdag, maart 20, 2015

Het Portaal Openen - Deel 3 - 17 Maart 2015 / Dr. Suzanne Lie


Het Portaal Openen
Deel 3
17 Maart 2015 /  Dr. Suzanne Lie
LIEFDE VINDEN
De wonderschone vrouw haar ogen waren lief en helder, en zij keek rechtstreeks in mijn hart. Ik kon haar blik niet weerstaan en opende de kraam weer. Ze kocht waarvoor ze gekomen was en draaide zich om om te vertrekken.
"Wacht," riep ik naar haar. "Alsjeblieft ga nog niet weg. Laat mij afsluiten en ik zal met je mee naar huis lopen. Het is bijna donker, en het is niet veilig voor een vrouw zo wonderschoon als jij."
"Hoe weet ik dat het veilig zal zijn om bij jou te zijn?" vroeg ze, met een schittering in haar diepe bruine ogen.
"Wel, ik ben van de Koninklijke Familie. Natuurlijk ben je veilig bij mij."
Ik was geschokt en in verlegenheid gebracht met wat ik had gezegd, maar een lang vergeten herinnering begon zich in mijn geest te vormen. Het was het gezicht van een ander kind. Ja, het was het gezicht van mijn zuster, degene die we in vrijheid hadden moeten stellen. Ik keek naar de vrouw voor mij.  
Zou mijn zuster eruit gezien hebben zoals zij, als zij haar verkenningen van de derde dimensionalen overleefd had? En toen, alsof een bliksemschicht in mijn geest was ingeslagen, herinnerde ik het mij. Ik herinnerde me niet alles, maar de mist begon op te lossen, en ik kon visioenen van zuiverheid zien, wachtend aan de randen van mijn geest.
Ik keek naar de vrouw. Hoelang had ik weg gestaard in mijn mijmeringen van het herinneren? Haar gezicht vertoonde een lichte bezorgdheid, maar zij maakte mijn verklaringen niet belachelijk.
"Dan kom, mijn Heer, en zie mijn woning," glimlachte zij vriendelijk, bijna alsof ze mij geloofde.

Terwijl we naar haar woning liepen aan de rand van de stad, sprak zij licht over haar leven. Haar familie was net in deze stad gearriveerd. Ze waren erg arm en waren gekomen om een beter leven te vinden. Haar moeder en vader en kleine broertjes en zusjes begroeten me als een lang verloren vriend.
Het was toen dat we beseften dat we onze namen niet uitgewisseld hadden. We hadden ons zo gemakkelijk gevoeld vanaf het moment dat we waren begonnen te lopen, de introducties onnodig leken te zijn. Haar naam was Lenexa, en ik denk dat ik begon van haar te houden vanaf die allereerste dag.
Lenexa begon ermee om me mijn middag maaltijd te brengen en bleef om onze maaltijd te delen. Ze spaarde haar boodschappen op voor het einde van de dag, en ik begeleidde haar dan naar huis. Als er ook maar iets was dat in mijn kraam over was, bracht ik het naar haar familie. Ik zou, natuurlijk, iets bewaren voor mijn dierbare geadopteerde moeder. Toen mijn moeder, Lenexa voor het eerst ontmoette, omhelde zij haar warm. Zij wist dat deze vrouw mijn redder was.
Terwijl mijn geheugen terug begon te keren, vertelde ik Lenexa een doorlopend verhaal over een mythisch karakter die in werkelijkheid ikzelf was. Zij hield van het verhaal en vroeg iedere dag om meer. Ik vertelde haar alles, behalve natuurlijk, over de geheime leerstellingen van de Maya. Het duurde niet lang voordat we elkaar beminden.
Het was heel anders dan de liefde met Hopenakaniah te bedrijven. Met Lenexa, was het zoet en liefdevol en aardend. Iedere keer dat wij een orgasme hadden, gingen wij samen diep de Aarde in. We waren zoals twee bomen met onze wortelen die diep in de Aarde lopen. Ik probeerde het kruid te vinden zodat zij niet in verwachting zou raken, maar zij zei dat zij mijn baby wilde hebben.
"Maar ik kan je niet als mijn vrouw nemen. Ik moet weldra vertrekken."
"We zullen elkaar weer ontmoeten," antwoordde zij altijd.
Mijn tijd in de stad kwam tot een einde, en tot mijn verrassing, ontdekte ik dat ik niet wilde vertrekken. Ik was ertoe gekomen van Lenexa te houden op een kalme en eenvoudige manier. Ik hield van Hopenakaniah zoals een deel van mezelf, maar ik hield van Lenexa zoals een boom van diens wortelen zou houden of een plant van diens bloem zou houden. Hoe kon ik haar verlaten?
Zij had mijn leven gered! Kon ik haar gewoonweg in de steek laten? Maar kon ik mijn doel in de steek laten? Ik wist niet wat mijn doel was. Lenexa leerde me hoe van het leven te houden in de derde dimensie en nu zou ik het moeten verlaten, waarschijnlijk voor altijd. Ik zou haar moeten verlaten!
Ik raakte steeds meer afgeleid. Ons vrijen raakte wanhopig en diep gepassioneerd tot op een keer, we niet diep in de Aarde gingen, maar in plaats daarvan, opstegen in/naar de hogere gebieden zoals ik had gedaan met Hopenakaniah. Ik zag haar als een gevleugelde engel, en zij zag mij als een God van een andere wereld. Toen wij uiteindelijk naar de Aarde terugkeerden, keek ze in mijn ogen met haar diepe wijsheid.
"Het is nu tijd voor je om te vertrekken. We zullen elkaar weer ontmoeten. Ga nu, Geliefde, terwijl ik nog steeds de kracht heb om je weg te sturen."
Ik probeerde te blijven, maar dat stond ze mij niet toe. Ze duwde me letterlijk van haar weg. Ik besefte dat ik huilde, net zoals zij.
"Ga naar Huis!" huilde ze. "Laat het me niet nog een keer zeggen."
Toen draaide mijn geliefde Lenexa zich om en rende van me weg. Iedere spier in mijn lichaam wilde haar volgen, Maar, zoals altijd, had ze gelijk. De zes maanden waren meer dan een week voorbij. Ik liep langzaam naar huis en kuste mijn dierbare geadopteerde moeder vaarwel. Ik had enige aandenkens van waarde die ik verzameld had.
"Geef de helft aan Lenexa en houd de andere helft voor jezelf. Alsjeblieft waak over haar zoals je over mij gewaakt hebt. Ik moet vertrekken."
Zoals gewoonlijk, ondervroeg mijn moeder me niet. Zij begreep het. Ik draaide me om en liet haar achter in de kleine hut waar ik van was gaan houden.
Ik wachtte drie lange dagen en nachten en nog steeds hadden mijn broeder en zusters zich niet bij me aangesloten. Misschien hadden zij het vergeten zoals ik gedaan had. Ze mogen niet zo fortuinlijk geweest zijn als ik met het vinden van iemand om voor hen te zorgen en om ervoor te zorgen dat zij het zich herinneren. Misschien waren zij zelfs dood.
Ik zocht in mijn geest naar hen zoals we deden toen we kinderen waren. Als kinderen speelden we een spel zoals jullie verstoppertje, maar wij zochten met onze geesten. De regels waren dat we alleen naar elkaar konden zoeken binnenin onszelf. We hadden één kans om naar een schuilplaats te gaan, en we werden er zeer goed in.
We konden elkaar iedere keer vinden en in contact met elkaar staan, ongeacht hoever we ook uiteen waren. We waren met dit spel begonnen nadat onze zuster in vrijheid gesteld was. Wat een dappere ziel zij geweest was. Het was het visioen van haar dat ervoor gezorgd had dat ik het me herinnerde. Ik had me vaak afgevraagd of Lenexa haar reïncarnatie was. Als dat waar was, misschien zou ze de anderen kunnen vinden en hen ook kunnen helpen.
Een volgende dag ging voorbij en er was nog steeds geen teken van hen. Misschien waren zij er al geweest en waren weggegaan. Ik was zelf laat geweest. Maar als ik zonder hen naar de tempel zou gaan, dan zouden zij hier op mij kunnen wachten. Ik was bevroren met besluiteloosheid. Ik besloot mijn Arcturiaanse vader op te roepen om hem om raad te vragen.
Gedurende mijn gehele leven was hij daar geweest, ofwel in persoon of in gedachte, met de eenvoudigste oproep van mijn geest. Echter, deze keer was het anders. Ik riep en riep naar hem zonder een reactie. Wat was er gebeurd? Had ik mijn vibratie zoveel verlaagd dat ik niet langer meer met mijn familie kon communiceren? Was ik vergeten hoe hen op te roepen?
Misschien was dat het waarom ik mijn broeder en zusters niet kon vinden. Wanhoop en angst begonnen in mij naar boven te komen. Ik wist dat als ik mijn emoties toestond om de overhand op me te krijgen dat ik nooit in staat zou zijn om mijn vader te bereiken. Ik probeerde en probeerde, maar er was geen antwoord. Uiteindelijk, besloot ik dat ik naar Arcturus zou moeten reizen om hem te vinden.
Ik wist dat ik gedurende een zeer lange tijd zou moeten mediteren om mijn vibratie in/naar het zevende octaaf te verhogen zodat ik in mijn geest naar Huis zou kunnen reizen. Ik was nog nooit eerder alleen naar Arcturus gegaan. Ik was altijd samen met mijn vader gegaan, of met Hopenakaniah tijdens ons seksuele contact. Zou ik in staat zijn mijn vibratie zo hoog kunnen verhogen zonder de hulp van de anderen?
Ik besloot om niet over die vraag na te denken, aangezien het alleen maar twijfel en angst zou creëren. Ik vond een favoriete meditatieplek in de holte van een grote boom die ik vaak gebruikt had toen we in de jungle leefden. Ik verwachtte vrede en rust mij over te nemen op deze plek zoals het altijd eerder gedaan had, maar het gebeurde niet. Mijn geest was gesloten. Mijn hart was leeg, ik had vele maanden niet gemediteerd en nu was ik vergeten hoe.
Negativiteit, kwaadheid en angst sloten me af van dat hogere gedeelte van mezelf. Ik probeerde en probeerde om mijn vibratie te verhogen, maar niets werkte. Mijn ogen vlogen open en de wereld om me heen die veilig en beschermend was geweest, werd een dichte en bedreigende jungle.
In woedde, greep ik een grote steen en begon op de Aarde voor mij te slaan. Een gat begon zich te vormen. Ik sloeg steeds meer en harder. Het gat werd groter en groter totdat uiteindelijk, in uitputting, ik terug tegen de boom aan lag en mijn ogen sloot.  
Ik zag toen datzelfde gat: alleen was het in mijn geest. Het riep naar me om het te betreden. Het was donker en een slecht teken, maar het wilde mijn bewustzijn niet verlaten. Ik moest omlaag reizen naar de dieptes van mezelf. Ik moest dat gat binnengaan en diens kronkelende route diep in/naar de kern van mijn lijdende geest volgen.
Vele beelden en gevoelens over mijn leven met de derde dimensionalen wervelden voor en binnenin mij, en onderbraken mijn reis. Ik herinnerde me dat als ik mijn aandacht plaatste op welke van deze afleidingen dan ook dat ik verstrikt zou raken in hun moeras. Het gat verwondde dieper en dieper in mijn psyche, en in feite, in/naar mijn fysieke gestalte.
Ik begon te beseffen dat ik in/naar de cellulaire structuur van mijn fysieke gestalte reisde. Hoe dieper ik reisde, hoe kleiner alles werd. Ik was niet langer meer driedimensionaal. Ik was tweedimensionaal, en toen was ik een vlekje van één dimensionaliteit.
En toen stopte alles. Ik was bij een muur binnenin mezelf. Ik moest door die muur heen breken. Ik kon het mij niet tegen laten houden. Ik was meer. Ik wist dat ik meer was. Met de kracht van mijn overtuigingen, duwde ik door de muur heen en ontdekte dat ik diep in de buitenste ruimte was. Ik zag de sterren rondom mij heen.
"IK BEN LICHT!" schreeuwde ik in vervoering. "IK BEN LICHT, EN IK BEN VAN DE ENE!"

Vertaling: Cobie de Haan - http://www.denkmetjehart.blogspot.nl

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen