zaterdag, april 19, 2014

Mytre en Mytria - Transmissies van Thuis - Pleiadische Ascentie (Delen 7, 8 en 9)


Mytre en Mytria - Transmissies van Thuis
Pleiadische Ascentie
"Eenheid"
28 Mei 2012 - Dr. Suzanne Lie

Mytre vertelt verder:
We sliepen samen in de kleine alkoof met haar versleten beddengoed. Nochtans, had zij er iets onder gedaan, en was het ongelooflijk warm en zacht. Zij sliep klinkend en zoet als een baby. Ik, uiteraard, sliep slechts een heel klein beetje. Eerst, wilden mijn gedachten niet stoppen. Alles waarin ik ooit geloofd had, alle structuren, lessen, disciplines en gehoorzaamheden waarmee ik opgegroeid was waren geopenbaard als het oude paradigma van mijn vroegere leven.
Terwijl ik daar lag met haar warme lichaam naast het mijne, in feite, ZEER dicht naast het mijne, wist ik dat ik voor altijd veranderd was. Ik had er geen idee van waarin ik veranderd was, maar ik was positief dat de "Ik" die ik gebruikelijk was te zijn een plotselinge dood gestorven was. Terwijl ik in de warme duisternis lag met de geur van haar lichaam dat mijn hart vulde, overzag ik mijn leven. Ik was geboren in een militaire familie. Er was geen keuze over wat ik zou gaan doen. Natuurlijk, ik zou een militair persoon zijn. Het was onze families erfenis om onze wereld te beschermen, onze manier van leven.
Echter, sinds dat wij naar de planeet gekomen waren, was onze werkelijkheid enorm veranderd. Voor de eerste keer in mijn leven, wat ongeveer 90 van jullie jaren was, een jonge volwassene van mij makend, WIST ik niet hoe mijn leven eruit zou komen te zien. Voordat onze mensen in staat zouden zijn om "onze verdediging neer te laten" en zich veilig te voelen in onze nieuwe thuis, had ik een belangrijke bijdrage. Nochtans, terwijl ik anderen hun plaats zag vinden en hun perspectief op het leven totaal zag veranderen, hield ik mij sterk vast aan de indoctrinatie die ik vanaf mijn geboorte gehad had.
Misschien was ik wel een uniek persoon, en misschien kon ik een unieke ervaring van het leven vinden die anders was dan alle generaties van onze trotse en moedige erfenis? Die manier van denken was in mijn hersenen verborgen sinds dat ik een klein kind was. Sindsdien, heb ik deze gedachten nooit toegestaan om naar de oppervlakte te komen. En toen, liep ik letterlijk tegen een vrouw aan, en ervoer haar volledige unieke ervaring van leven. Het was toen dat deze verborgen, kinderjarengedachten hun weg naar de oppervlakte begonnen door te breken.
Hoe kon ik mogelijk alles waar ik voor stond terzijde drukken, alles waarvan ik dacht dat mij definieerde als een machtige man, en alles waarvan ik gedacht had daarvan te houden? Nu, in één erge lange nacht, was ik een totaal ander persoon geworden. Echter, ik kende deze nieuwe persoon niet, dus ik had er geen idee van over wie ik was en wat ik zou gaan doen. Ik wist alleen dat ik niet terug kon gaan naar ons dorp in deze staat van verwarring.
Alsof ze mijn gedachten gehoord had draaide Mytria zich om, ze keek me aan en glimlachte. Nu bestond er geen vraag meer. Niet alleen kon ik niet terugkeren naar een leven dat betekenisloos geworden was, ik kon die glimlach niet verlaten.

Mytria stond rustig op en maakte haar kleine vuur. Ik keek toe terwijl ze water in haar kleine pan deed om ONZE thee te maken, en ging toen naar buiten, waarschijnlijk om zich te wassen. Zonder haar naast mij, voelde ik me eenzaam. Hoe kon dat nu zo zijn? Ik had haar nog maar net ontmoet, maar voelde me alsof we altijd bij elkaar waren geweest.  
Terwijl zij weg was, graaide ik naar mijn rugzak en pakte mijn communicatietoestel. Echter, het werkte hier niet. Misschien dat dit aan de grot ligt dacht ik, terwijl ik opstond en naar buiten ging om het te gebruiken. Voordat zij zich omdraaide zei ze, "Jouw apparaat werkt hier niet. Er is een etherisch schild rondom dit gebied, en er werkt hier geen technologie. Geloof me, Ik heb het geprobeerd." Toen ze zich naar mij omdraaide om verder te praten ervoer ik hetzelfde gevoel van herkenning en wat voor twijfels ik ook maar gehad had om te blijven verdwenen.
"Je hebt besloten om te blijven?"
"Lees je altijd mijn gedachten." zei ik met een glimlach in mijn stem.
"Alleen wanneer je aan mij denkt." glimlachte zij op haar beurt. "Ontwijk je mijn vraag?"
"Ja." zei ik. "Ik dacht eraan dat ik jou dit eerst moest vragen."
"Ja!"
"Ja, ik zou je dat moeten vragen of ja ik zou moeten blijven?"
"Ja, ik zou het enig vinden om je te leren kennen en om je mijn wereld te laten zien."
"Ik zal hen moeten vertellen dat je veilig bent en dat ik niet terugkom -- nog."
"En dan vernietig je het apparaat?"
Ik had er niet over nagedacht om mijn beslissing zo permanent te maken, zo onveranderbaar, maar ik realiseerde me dat de verandering die ik onder ogen zou zien mijn totale toewijding zou nemen.
"Ja."
"Zou je me willen helpen om wat eieren te vinden? Ik zal de vogels vragen of zij er eentje aan ons kunnen afgeven."
Nadat wij de afgegeven eieren en meer overheerlijke planten gegeten hadden, die zij gekruid had met haar onbekende kruiden, toonde zij mij het portaal naar buiten uit het energieveld vandaan en draaide zich om om naar haar verblijfplaats terug te gaan.
 "Ga je niet met mij mee om er zeker van te zijn dat ik het apparaat vernietig?" vroeg ik plagend.
"Ik vertrouw je." zei ze terwijl ze wegging.
∆∆∆∆
Haar vertrouwen was het meest wonderbaarlijke deel van mijn ervaring. Niet alleen vertrouwde zij mij volledig, wat was dat zij zei omdat ze me kende, zij vertrouwde de Natuur ook volledig. Zij leefde ieder moment van haar leven in eenheid met de planeet en de flora en fauna waarmee zij haar leven deelde. Er bestond geen onderscheid tussen wat levend was en wat een ding was. Alles, zelfs een steen, was in haar wereld in leven.
Ik wilde haar wereld delen, maar mijn wetenschappelijke brein kwam in opstand tegen zulke nieuwe gedachtegangen. Ik had me nooit gerealiseerd hoe geïndoctrineerd ik was totdat ik probeerde om mijn denken/geest te veranderen. Aan de andere kant, toonde mijn lichaam geen enkele weerstand tegen verandering. Ik vergat mijn uniform snel en droeg alleen waar ik normaal gesproken in zou slapen. Het weer was gewoonlijk gedurende de dag erg warm en gedurende de nacht koud, maar haar bed was altijd warm.
Wanneer het niet te koud was, sliepen we buiten en toonde zij mij alle Sterrensystemen die zij ontdekt had. Ik was in staat om vele van de officiële namen voor haar in te vullen, maar gewoonlijk prefereerde ik haar namen voor hen. Gedurende de dag, maakten we lange wandelingen zodat zij mij al het territorium kon laten zien dat zij in kaart had gebracht. Ik assisteerde haar daarbij. Er was een plant die bij een naburige rivier groeide, welke zij geleerd had in een soort van papier te 'slaan' en zij schreef daarop met 'inkt' dat het sap van een bepaalde boom was.
Andere planten konden gedroogd en geweven worden tot een doek, waarvan zij voor mij een verbazingwekkend comfortabel kledingstuk maakte. Zij toonde mij ook waar alle eetbare planten waren, alsook de bron van haar honing. Zij toonde mij hoe dermate stil te zijn dat een vogel op mijn schouder zou landen en zo rustig dat ik mijn eigen hartslag kon horen.
Gelukkig, was ik niet nutteloos. Ik bezat de kracht die zij miste en een paar stukken gereedschap, welke ons toestonden om onze woning zelfs meer comfortabel te maken. Ja, het was ONZE woning. Wij leefden erin als één persoon, alle karweien delend zonder enig conflict of plicht. Als er iets gedaan moest worden, deden wij het. Nochtans, hadden wij onze specialiteiten. Als wij de behoefte hadden iets te bouwen of te verhuizen, dan werd ik ingeschakeld. Aan de andere kant, als wij de Moeder moesten consulteren, werd zij ingeschakeld.
Toen op een dag vertelde zij mij dat het tijd voor mij was om ÉÉN met de Moeder Planeet te worden. Ik vertelde haar dat ik er geen idee van had hoe dat te doen, en om eerlijk te zijn, ik dacht niet dat de Moeder het wilde om ÉÉN met mij te worden.
"Hoe kan je dat zeggen?"zei zij met een geschokte ondertoon.
"Ik ben niet zuiver, zoals jij. Ik heb vele wezens gedood en veel land vernietigd. Ik ben een strijder waarvoor de liefde waarover jij spreekt een zwakheid is en de waarheid die jij bezit louter dwaasheid."
"Voel JIJ dat zo?"
Ik moest nadenken voordat ik haar een antwoord gaf. Zij verdiende een waarheidsgetrouwe reactie, en ik kende mijn waarheid nog niet. Vandaar, dat alles wat ik zeggen kon was, "Zo voelde ik mij eens, maar die ik bestaat niet meer. Ik ken deze nieuwe ik niet voldoende om jouw vraag te kunnen beantwoorden. Ik geloof jou, en ik zie de grote kracht die jij niet door overheersing, maar door overgave verkregen hebt. Nochtans, denk ik niet dat het voor mij mogelijk is om me met zoiets vaags als de Grote Moeder te verbinden."
"Je geeft je niet aan Haar over, want ik ben Haar vertegenwoordigster. Daarom, kan jij je aan mij overgeven. Het is vaak zo met mannen. Hun gedachten zijn gevuld met bescherming en plicht. Alleen een diepgaande liefde met een vrouw kan hen toestaan om hun bescherming los te laten en om zich volledig over te geven."
"Hoe weet je dat ik diepgaand van jou houd? Ik geloof dat ik het zelf nog niet eens wist totdat jij de woorden uitsprak."
Zonder een woord te zeggen, nam zij mij mee de grot binnen om mij het "bewijs' te geven dat ik nodig had.
Terwijl wij versmolten door ons liefdesspel, vermengden onze bewustzijnen zo diepgaand dat ik kon voelen hoe zij communiceerde met al het leven. Met dit gevoel tussen ons gedeeld, toonde zij mij hoe het land aan te raken om water te vinden, een plant te ruiken en op mijn hart te leggen om vast te stellen of het veilig was deze te eten, hoe een vogel te vragen een ei af te geven, hoe het weer te lezen lang voordat het veranderd en hoe binnenin mij ZELF te kijken.
"Jouw relatie met de Moeder hangt af van jouw relatie met jouw ZELF." Vertelde zij mij steeds maar weer. Eerst, de relatie met mijn ZELF kon alleen komen als een bijproduct van mijn relatie met haar. Het was mij nooit geleerd om een relatie met mijn ZELF te hebben. Er was mij geleerd om orders op te volgen, mijn plicht te vervullen en mijn bevelhebbende officieren te gehoorzamen. Ik had mijn leven doorgebracht met het 'effect' te zijn van een uiterlijke 'oorzaak'.  Als ik succesvol in mijn inspanningen was, was ik blij en trots op mijzelf. Als ik faalde in mijn plicht, voelde ik me beschaamd en was ik kwaad op mezelf.
Ik had niet gehoord over de 'grotere' of 'hogere' versie van mijn ZELF waar Mytria over sprak. Het enige grotere deel van mij zouden mijn medestrijders zijn, en mijn hogere zelf was mijn bevelhebbende officieren. Ik leefde aan de buitenkant van mezelf. Binnenin mijzelf waren botten en bloed en organen die op de één of andere manier hun vele verwondingen overleefden. Ik bezat geen concept van een geest in mij, of de etherische mij waar Mytria, zo vertelde zij mij, mee vermengde in de Kern. In feite, bezat ik geen concept van die ervaring anders dan dat het een 'sexy' droom was.
Nochtans, had ik eindelijk iemand vertrouwd. Ik vertrouwde Mytria absoluut en volledig. Ik vertrouwde erop dat zij ervoor kon zorgen dat mijn energieën vanuit mijn rug in mijn hart op konden rijzen, of tot zelfs in mijn hoofd. Nochtans, bezat ik geen concept dat ik dat kon verwezenlijken zonder haar hulp. Het was dit concept dat mij behoorlijk verontruste. Was ik bezig gehypnotiseerd te worden door iemand die mij een visioen toonde van een werkelijkheid die nooit de mijne kon zijn?
Wederom las zij mijn gedachten. "Ik denk dat je voor nu genoeg hebt. Het is tijd voor jou om op een visioen zoektocht te gaan.
"Een visioen zoektocht? Wat is dat?"zei ik op een boze manier. Zij is vermoeid geraakt van het zijn van mijn leraar, aangezien ik zwak geworden was in haar ogen, zo dacht ik. Deze hele ervaring was een fantasie, een excuus om mijn plichten te negeren. Wat had ik gedacht? Hoe kon ik het durven om anders te zijn dan alle mannen in net zovele generaties als ik kon tellen? Een visioen zoektocht, HA, ga mijn huis uit lijkt er meer op.
Mytria nam geen deel aan mijn innerlijke strijd. Zij draaide zich slechts om en ging de grot binnen.

 Vertaling: Cobie de Haan - http://www.denkmetjehart.blogspot.nl/

*****
"Visioen Zoektocht"
29 Mei 2012 / Dr. Suzanne Lie

Mytre vertelt verder:
Toen Mytria zich omdraaide zonder zelfs maar mijn vraag te beantwoorden en de grot binnenging was ik woedend. Wie dacht zij wel niet dat ik was, het één of andere speeltje waar zij mee kon spelen en weg kon gooien wanneer zij er genoeg van kreeg? Zonder enige andere gedachte draaide ik me om en wandelde zo snel als ik kon weg. In feite, was het wandelen niet snel genoeg, dus begon ik te rennen. Ik had me niet gerealiseerd in wat voor een goede conditie ik verkeerde na mijn tijd op het land, maar ik rende totdat de zon bijna onderging voordat ik uitgeput raakte.
Het rennen had goed aangevoeld; het voelde echt. Ook, was ik trots op mezelf dat ik daar niet gebleven was en mijzelf nog verder zou hebben vernederd. Ik had haar lang genoeg als een kind gevolgd. Ik was een MAN, een Beschermer die een heldere toekomst in het leger voor zich had liggen. Hoe had ik zo verloren kunnen raken, zo verstrikt in de val van de armen van een vrouw? Ik veronderstelde dat het tijd was om naar mezelf terug te keren. Deze tijd was een plezierige fantasie geweest, maar ik was er nu weer voor de werkelijkheid, voor de plicht.
Ik bleef met een stevige tred doorlopen terwijl de zon bezig was achter de horizon te verdwijnen. Ik was zo met mijn kwaadheid bezig, zelfmedelijden en, ik haat het toe te moeten geven, angst, dat ik geen enkele aandacht aan de omgeving schonk. In mijn poging om over Mytria heen te komen, probeerde ik alles dat zij mij had laten zien te vergeten. Toen gebeurde het……
Ik merkte niet eens op hoe dichtbij een diepe afgrond ik stond, noch merkte ik de losse stenen onder mijn voeten op. Toen, voordat ik uit mijn zelfmedelijden vandaan kon komen, begon ik te vallen. Gelukkig, rolden de stenen onder mij zodat ik niet recht naar beneden viel, maar ik kon onder mij een steile richel omhoog zien komen. Als ik over die richel zou gaan zou ik zeer zwaar gewond raken of dood gaan. Ik greep me wanhopig vast aan de omringende wortelen en planten, maar zij braken allemaal af zodra ik ze beetpakte.
Eindelijk, kreeg ik houvast aan een wortel die groot genoeg was om mijn gewicht te kunnen dragen, maar niet voor lang. Ik moest een manier vinden om op die richel te landen, maar deze bevond zich aan mijn rechterzijde. De omringende rotswand bestond geheel uit los gesteente, dus moest ik een gecontroleerde val maken - zoals ik in het leger geleerd had. Misschien kon ik met de wortel heen en weer slingeren zodat ik op de richel zou vallen, maar ik moest het losse gesteente vermijden. I moest NU beslissen, aangezien de wortel los begon te komen.
Ik concentreerde mijn aandacht en intentie op de bestemming van mijn 'val', slingerde de wortel een beetje naar rechts en sprong/viel. Ik landde op de richel, maar met zoveel kracht dat ik mijn rechterbeen onder mij voelde breken. Ik verloor bijna mijn evenwicht, maar op de één of andere manier leunde ik tegen de wand van de richel aan totdat ik me veilig voelde. Voorzichtig ging ik zitten om de conditie van mijn been vast te stellen.
Ik droeg alleen de korte toga, die rond mijn middel vastgebonden zat met een ceintuur, welke Mytria voor mij gemaakt had van haar plantenmaterialen. De gedachte aan haar naam bracht me geen kwaadheid, maar overweldigende hartzeer. Wat had ik gedaan? Waarom was ik zo kwaad geworden? Nee, de juiste vraag was, waarom was ik zo bang geworden? Nochtans, was dit de tijd niet om na te denken over mijn grillige gedrag. Dit was de tijd om na te denken over mijn overleving. Ik had alleen de kleding die ik droeg. Wat een militaire kerel was ik om ervandoor te gaan de wildernis in rennend zonder bevoorrading, zonder zelfs maar een mes.
Ik hees mijzelf naar een paar stokken toe, plaatste deze aan iedere zijde van mijn been en bond mijn ceintuur eromheen om ietwat mijn been te stabiliseren. Ik zou een manier moeten zien te vinden om het zelf te zetten, als ik zolang zou leven. Er was slechts nog een vaag licht en het werd al koud. Ik moest mijn lichaam beschermen van het gaan in een shock. Er was alleen maar een smalle richel en losse aarde rondom mij heen. Daarom, groef ik mijzelf in de omringende Aarde in, mijn been erbuiten latend om een infectie te voorkomen. Ik had geen eten, geen water, geen bevoorrading en geen gereedschappen. Verder, was ik volledig alle gevoel met de Natuur kwijtgeraakt en had ik er geen idee van waar ik was. 
Het enige dat me niet lukte was in slaap vallen zodat mijn lichaam kon beginnen zichzelf te genezen. Ik moest mijn gedachten onder controle krijgen en mijn ademhaling kalmeren. Ik voelde de adrenaline door mijn lichaam heen razen, wat mij waakzaam zou houden, terwijl ik kalm moest blijven. Mijn verwonding was niet fataal, tenzij het geïnfecteerd zou raken, wat een enorme grote mogelijkheid was onder de gegeven omstandigheden. Ik moest de Moeder om hulp vragen. Had ik echt die gedachte?  
Het was precies op dat moment dat ik de eerste ervaring van mijn "hogere zelf" had. Ik wist dat mijn brein die gedachte had gehad, maar het was niet hetzelfde brein dat hysterisch wegrende als een angstige hond.
"Veroordeel jezelf niet." kwam een ongevraagde gedachte omhoog.
En toen, had ik de meest wonderbaarlijke ervaring van onvoorwaardelijke liefde, althans daar leek het op. Misschien was het Mytria, want zij was de enige in mijn leven die maakte dat ik me zo voelde.
"Nee, ik ben het." ging de innerlijke stem verder.
Ik had eerder over de innerlijke stem gehoord. Sommige mensen veranderden hun leven compleet en werden erg spiritueel, terwijl anderen ziek, verward, boos en angstig werden. Ik realiseerde me toen dat ik in de laatste groep gezeten had. Ik was niet in staat geweest om enige vorm van een innerlijke wereld waar te nemen. Zelfs gedurende mijn tijd met Mytria, communiceerde ik met de Moeder Planeet, die onder en rondom mij heen was.
Nooit eerder had ik een werkelijkheid binnenin mijn vorm voorgesteld anders dan het maken van een fysieke vorm. Met deze laatste woorden begon ik in slaap te vallen. Tenminste, ik dacht dat ik sliep. Misschien was het een hallucinatie of misschien was ik stervende. Nochtans, weet ik nu dat het de Waarheid was.
Waarheid, dat was een woord dat net zo dubieus voor mij was als het woord Vertrouwen. Ik had Mytria vertrouwd, volledig en zonder vragen. Waarom had de simpele suggestie van een Visioen Zoektocht mij tot zo'n emotionele staat aangezet? Die vraag was de laatste gedachte die ik had voordat ik van de wereld raakte, ging slapen, of een Visioen had!
In mijn visioen, was ik alleen op het land. Het was hetzelfde land dat ik met Mytria had gedeeld, maar het was gevuld met licht. Alles had een zachte aura rondom zich en leek tegen me te fluisteren als ik het voorbij liep. Ik, ook, had een gloed om me heen hangen, en mijn lichaam leek van licht gemaakt te zijn en het was bijna transparant. Ik keek naar beneden om te zien of mijn been genezen was en ontdekte dat, ja, het was compleet in orde, maar mijn voeten raakten de grond niet helemaal. Ik bewoog in een wandelende, zwevende beweging, bijna als het betreden van het water in ons prachtige meer.
Opnieuw overviel een overweldigende steek van droefheid me en nam me over, en als een donderslag bij heldere hemel kwam ik weer in het bewustzijn terug. Wat had ik gedaan? Hoe kon ik het enige goede in mijn leven ruïneren? Waarom was ik zo bang dat zij moe van me geworden was? 
"Omdat je moe van jezelf geworden was." kwam die verdomde stem.
Toen, realiseerde ik me dat ik mijn eigen innerlijke stem vervloekt had, mijn eigen zelf. Ineens, begon ik alle manieren waarop ik mezelf door mijn hele leven heen vervloekt had te beseffen. Eindelijk, realiseerde ik me dat ik het NIET leuk vindt om te doden.
Ik houd er niet van om andere mensen om het leven te brengen, ik vind er niets aan om hun huizen te verwoesten of hun eigendom te ontwrichten. Ik houd er niet van ook maar iets of iemand te verwoesten. Ik wil geen verwoester zijn. Ik dacht dat ik op zou groeien om een beschermer te zijn, maar in plaats daarvan werd ik een vijand van de mensen en wezens die 'anders' waren dan ik - maar waren zij echt anders?
Ze hadden allemaal een hart, of misschien twee, ze hadden allemaal hersenen, velen hadden een veel groter brein dan het mijne, en zij ALLEMAAL hadden families. EN, ik had hen verwoest, alsook hun families. Hoe kon ik mijzelf ooit vergeven? Hoe kon ik ooit de persoon worden die ik in mijn Visioen zag? Ja, het was een Visioen. Dat kon ik op z'n minst bezitten.
"Het is geen Visioen, het is de Waarheid." hoorde ik binnenin.
"Wat Waarheid, de waarheid dat ik een verwoester was of de waarheid dat ik een Visioen had?" Nu, was ik aan het debatteren met mijn innerlijke stem.
"De Waarheid is dat jij de persoon die je in jouw Visioen zag BENT." fluisterde de stem binnenin.
Hierna raakte ik weer van de wereld denk ik. Nochtans werd ik wakker met die laatste woorden van "Jij BENT de persoon die je zag in jouw Visioen in mijn hart."Ja, verbazingwekkend genoeg, deze woorden, deze Waarheid, was nog steeds in mijn hart, precies terzijde van mijn liefde voor Mytria. Die gedachte schudde me volledig wakker naar een midden op de dag zon. Ik trok mijzelf uit de aarde vandaan en begon een militaire beoordeling van mijn situatie te maken, toen ik Mytria's liefde voelde.
Alhoewel ik van een klif afgevallen was om haar liefde te vermijden, was het precies daar waar het ALTIJD geweest was. Het was de liefde die zij voor mij had die mij dwong om de liefde die ik voor mijzelf had te vinden. Daarom, duwde ik mijn oude manier van bestaan terzijde. Want uiteindelijk was het die strijdbare houding die mij in deze ellende gekregen had. Toen, kwam mijn Beschermer zelf in het spel. Ik moest Mytria beschermen, maar ik moest allereerst in leven blijven om dat te kunnen doen.
"En de planeet dan? Moet je Haar ook beschermen?" 
 Het leek erop dat zelfs wanneer ik volledig bij bewustzijn en in het klaarlichte daglicht was, de innerlijke stem nog steeds actief was. Had ik de moed om ernaar te luisteren?

Vertaling: Cobie de Haan - http://www.denkmetjehart.blogspot.nl/

*****
"Onder Sterren Hemelen"
31 Mei 2012 / Dr. Suzanne Lie
 
Mytria spreekt:
Toen Mytre van mij wegrende, was ik er zeker van dat mijn hart zou breken. Toen ik de Visioen Zoektocht aanhaalde sprak ik van binnenuit, zonder enige aarzeling. En nu, ben ik hem verloren. Hoe kon ik zulke scherpe woorden gebruiken? Ik bracht de rest van de dag in de grot door en kon me niet herinneren wanneer ik mezelf zo rot gevoeld had als nu. Hoe kon ik naar zulke prachtige hoogten van extase gaan en dan terugvallen in een diepe wanhoop. Was ik al het gevoel met mijn innerlijke vrede kwijtgeraakt slechts omdat ik een man kwijtgeraakt was? Hoewel, hij was niet zomaar een man. Hij was mijn Goddelijke Aanvulling, mijn Tweeling Vlam. Dat is wat de innerlijke stem zei, en mijn hart was het daarmee eens.
Ik martelde mezelf door de volledige dag en tot aan de zonsondergang toe heen, toen kreeg ik ineens een gevoel van diepe urgentie en naderend onheil. Iets stond er te gebeuren of was al gebeurd met Mytre. Ik kalmeerde mijn geest en ging naar binnenin mijzelf om met de Moeder te spreken. Alles dat ik hoorde was "Stuur hem genezende liefde." Toen, raakte ik erg angstig want dat betekende overduidelijk dat hij gewond was geraakt. Maar, waar was hij gewond, en hoe? Het was te laat om zijn sporen te volgen, en ik zou zelf alleen maar verdwaald raken. Alles dat ik kon doen was een groot deel van de nacht doorbrengen met me zorgen te maken.
Toen, hoorde ik de Moeder zeggen, "Drink wat kalmerende thee en ga slapen. Je moet alert zijn voor morgen." Ik deed wat zij zei en viel uiteindelijk in een grillige slaap. Ik herinner me geen enkele droom, noch kreeg ik enige rust. Nochtans, werd ik wakker wetende dat hij gewond was geraakt, en ik wist dat ik hem moest vinden. Bij zonsopgang, pakte ik al mijn genezende kruiden, warme omslagen, meer kleding, voedsel en water in. Mijn bepakking was zwaar, en ik zou niet in staat zijn om te kunnen rennen. Daarom, moest ik wat aanmaakhout en mijn vuurstenen meenemen. Hij was weggelopen in de richting waar het woud eindigde, en daar zou niets kunnen zijn om aan te kunnen steken.
Zodra het licht genoeg was begon ik aan mijn reis. Mijn bepakking was zwaar en ik moest langzaam gaan zodat ik zijn sporen kon lezen. Soms leek het of er geen sporen waren, en moest ik stoppen om de Moeder te consulteren. Ik wandelde de gehele dag, en bijna totdat het donker was. Ik was nog nooit in dit gebied geweest, dus moest ik stoppen en mijn kamp opzetten. Het zou niet wenselijk zijn dat wij beide gewond zouden raken. Nadat ik een kleine maaltijd gegeten had, probeerde ik naar binnen te gaan, maar mijn groeiende angst voor zijn veiligheid stond mij niet toe enige informatie of veel slaap te verkrijgen.  
Mytre Spreekt:
Het was midden op de dag, en ik moest een manier zien te vinden om van deze richel af te komen. Nog een nacht in de koude zonder voedsel of water zou veel te gevaarlijk voor mijn been zijn. Ik had de grote snede in mijn been niet opgemerkt, welke nu geïnfecteerd was geraakt, en ik wist dat ik koorts had. Als ik niet zou bewegen, zou ik weer in onmacht vallen. Ik moest mijn Innerlijke Stem vertrouwen. Ik kon Mytria niet op deze manier in de steek laten, ik kon mijn plicht niet in de steek laten, en ik kon mijzelf niet in de steek laten.
Terwijl ik om mij heen keek, kon ik geen manieren van ontsnapping zien. Daarom, keek ik naar binnen om de Innerlijke Stem te vragen. Misschien was ik aan het hallucineren, maar zodra ik mijn ogen sloot, zag ik het beeld van mijn ZELF van in mijn Visioen Zoektocht. "Volg mij en luister naar de Moeder."zei hij terwijl hij zich rond de richel naar mijn rechterzijde bewoog. Ik zou moeten kruipen en mijn rechterbeen moeten slepen, aangezien ik het niet nog meer kon beschadigen door er mijn gewicht op te laten komen.
Na wat een eeuwigheid leek te zijn, vond ik een ruimte tussen de rand van de richel en een boomstam waar ik - heel erg voorzichtig, bij langs kon kruipen. Toen ik eenmaal om de boomstam heen was gegaan, vond ik een zachtere helling naar boven. De grond was meer stabiel hier, en er was zelfs enig gebladerte waaraan ik me vast kon grijpen. De Innerlijke Stem herinnerde mij eraan om weer naar de Moeder te luisteren, en dat deed ik. Ik raakte de aarde aan op de manier welke Mytria mij geleerd had en vroeg Haar om haar begeleiding.
Onmiddellijk, kreeg ik een gevoel om een bepaalde trog in de aarde te volgen, welke genoeg veiligheid bood om herhaaldelijk te kunnen rusten. Ik schudde de duizeligheid van mijn koorts en gebrek aan water van mij af, en trad in contact met de Moeder voor iedere keuze van beweging. Mijn voortgang was erg langzaam, maar geleidelijk aan bewoog ik omhoog langs de zijkant van het klif. Echter, het was bezig donker te worden en ik moest de top bereiken terwijl er nog voldoende licht was om te kunnen zien wat ik aan het doen was.
Ik realiseerde me dat ik langzaam ging ten behoeve van mijn been, maar ik moest me sneller bewegen om de top te bereiken voordat het donker werd. Ik sloot mijn ogen voor een moment om me mijn visioen te herinneren. Deze uitvoering van mij kon zich bewegen zonder zelfs de grond aan te raken. Als ik die mij zou kunnen ZIJN, dan kon ik iedere beweging van mij zonder enige aarzeling vertrouwen. Het nam een tijdje in beslag om mijzelf op die manier voor te stellen, maar geleidelijk aan begon ik een licht rondom mijn gestalte te voelen. Ik opende langzaam mijn ogen en zag dat mijn lichaam en het klif rondom mij heen gloeiden.
Ik duwde mijn twijfels over "hallucinatie' terzijde en koos ervoor mijn ervaring te geloven. Nu, wist ik precies waar ik mijn handen en mijn goede been moest plaatsen. Er was geen aarzeling, geen angst, geen adrenaline, en geen pijn. Ik was in een soort van trance die mij toestond om ÉÉN te worden met het klif. Het voelde bijna alsof het klif iedere beweging van mij ondersteunde. Toen ik naar boven keek en ik een overhangende rand zag, was ik niet angstig.
In plaats daarvan, vond ik gemakkelijk een andere route die mij toestond gemakkelijk over de top op de vlakke grond te kruipen. Ik rolde van het klif vandaan en trok mijzelf naar een enorme grote rots die de hitte van de dag vasthield. Ik duwde mijzelf tegen de warme rots aan en klopte erop om de Moeder te bedanken. Toen, keek ik omhoog naar de sterrenhemel waaronder Mytria en ik vele keren in slaap gevallen waren en zag mijn lichaam van licht het hare omhelzen. Met dit beeld in mijn hoofd, viel ik in een diepe slaap.
Mytria en Mytre Spreken:
Wij realiseerden ons later dat wij zeer dichtbij elkaar waren, maar dit niet wisten. Nochtans, deze fysieke afstand was nodig voor ons om de etherische kloof die nog steeds tussen ons bestond te overbruggen. Wij keken beide naar de sterrenhemel en dankten de Moeder voor haar hulp aan ons. Alhoewel onze lichamen van elkaar verwijderd waren, waren onze harten en gedachten met elkaar verenigd toen wij in slaap vielen. In feite, hadden wij dezelfde droom, of was het een visioen.
Wij ontdekten dat we terug waren in de Kern van de Moeder, op het precieze moment van onze "toevallige" vermenging. Nu, na alles waar wij doorheen gegaan waren, voelde het zelfs sterker aan als één persoon versmolten te zijn. Wij waren nu beide andere mensen. Wij hadden beide onze initiaties overleefd en succesvol afgerond en hadden onze innerlijke demonen overwonnen, wat onze liefde zelfs sterker maakte.
Toen wij daar als één stonden, elkaar in de ogen kijkend, kwam de Moeder naar ons toe. Wij dachten om ons te zegenen, maar het was in feite om ons onze volgende opdracht te geven.
"Mijn geliefde kinderen,"zei Zij tegen ons beide, "Jullie kunnen denken dat jullie lange reis geëindigd is, maar deze is in feite pas begonnen. Ik heb jullie beide nodig om mij te helpen, aangezien jullie beide mijn bondgenoten van transformatie geworden zijn. Jullie hebben jezelf getransformeerd, en nu moet ik jullie vragen mij te helpen om de Planeet te transformeren."
Wij waren beide diepgaand vereerd, maar ietwat bezorgd. Was er iets in Haar stem dat ons bezorgd maakte dat wij niet bij elkaar konden blijven? NEE, wij zouden niet toestaan dat dit zou gebeuren. Na alles waar wij doorheen gegaan waren, we zouden nooit meer uiteen gaan - NOOIT!
Wij ontwaakten beide toen de dageraad nog maar net aanbrak. Er was niet voldoende licht voor Mytria om de sporen te lezen, maar wij waren weer verenigd als één wezen. Daarom, volgde zij simpel de roep van mijn liefde. Het was midden op de dag toen wij ons weer herenigden.
Mytre Spreekt:
Toen ik ontwaakte uit mijn droom/visioen, wist ik dat Mytria vlakbij was. Ik raakte het land aan om haar via de aarde te roepen en mijn liefde in haar richting uit te zenden. In feite, kon ik in mijn gedachten precies zien waar zij was, net zoals zij mij later vertelde dat zij mij op dezelfde manier kon zien. Ik trok mijzelf een beetje bij de heuvel omhoog zodat ik gemakkelijker haar nadering kon zien. Ik vond een sterke stok en kreeg mijzelf op de één of andere manier staande. Ik zou haar niet liggend op de grond als een gewond dier begroeten.
Het was toen dat ik haar naar mij toe zag komen lopen. Toen zij mij zag, legde zij haar zware bepakking neer en rende naar me toe zo snel als ze kon. Toen we elkaar ontmoeten barsten onze harten bijna uiteen door de liefde waarvan wij beide gedacht hadden dat wij die verloren waren, maar het was slechts om deze weer te herwinnen - sterker dan ooit tevoren. Wij hielden elkaar zo stevig beet dat het leek of we één lichaam waren, terwijl Mytria het tegen mijn borst uitsnikte. Ik probeerde niet te huilen, maar mijn vreugde kon alleen op die manier tot uitdrukking gebracht worden.
Wij stonden daar een lange tijd. Al mijn pijn was tijdelijk verdwenen binnenin de vermenging van onze lichamen. In feite, voelde ik een grote genezende kracht vanuit haar vandaan in mijn lichaam komen. Terwijl zij mij vasthield en huilde, voelde ik mijn koorts verdwijnen en dat mijn been begon te genezen. Toen, realiseerde ik me dat zij zichzelf teveel uitputte met haar inspanning om mij te genezen. Ik duwde haar liefdevol weg, mijn handen op haar schouders houdend.
"Dank je mijn Liefste, ik kan mezelf gedurende de rest van de dag genezen. Als jij me nu alleen kunt ondersteunen naar die schaduwrijke boom…."
"Ja," zei ze terwijl ze mij in mijn ogen keek.
Met haar ondersteuning en de ondersteuning van de stok die ik gevonden had, was ik in staat naar de boom te hobbelen en op de grond tussen twee grote wortelen in te gaan zitten. Mytria kuste me op mijn voorhoofd en liep weg om haar bepakking te gaan halen.
"Ik zal het been moeten zetten voordat ik het verbind." zei zij verontschuldigend.
"Ik ben klaar."reageerde ik.
Voordat ik het in de gaten had, was mijn been gezet, mijn wond schoongemaakt, ingepakt in kruiden, welke afgedekt waren met boomschors, en de stokken die ik gevonden had waren opnieuw geplaatst en werden op hun plaats gehouden door een schone sjerp.
"Wanneer we terug zijn in ONS kamp, kan ik je een goed gipsverband geven,"zei ze en klopte me zachtjes op mijn been.
We besloten om daar de rest van de dag te blijven en terug naar ONS huis te gaan als de zon de volgende dag op zou komen. Het was een prima beslissing, want die nacht onder de sterren was niet in woorden uit te drukken. Op de één of andere manier speelden we het klaar de liefde te bedrijven. In feite, bedreven we de liefde steeds weer opnieuw, iedere keer dieper en dieper opgaand in elkanders ware Ziel, in feite, in onze verenigde Ziel.
Mytria had over Goddelijke Aanvullingen / Tweeling Vlammen gehoord tijdens haar studies in de Tempel, en vertelde mij alles wat zij hierover wist. En toen, moesten we weer de liefde bedrijven, wat het wanneer was dat het gebeurde. Mytria probeerde het voor mij te verhullen, maar ik wist dat we toen een kind gemaakt hadden. Hoe konden we dat niet? De hemelen openden zich bijna en zonden haar naar beneden. Ja, het zou een dochter zijn, onze dochter, ons liefdes-kind.
Toen de ochtend aanbrak, voelde ik mij bijna genezen. Tenminste totdat ik probeerde te wandelen…..
Mytria en Mytre zullen terugkeren om verder te vertellen…….

Vertaling: Cobie de Haan - http://www.denkmetjehart.blogspot.nl/

Geen opmerkingen:

Een reactie posten