vrijdag, april 18, 2014

Mytre en Mytria - Transmissies van Thuis - Pleiadische Ascentie (Delen 4, 5 en 6)


Mytre en Mytria - Transmissies van Thuis

Pleiadische Ascentie
"De Heilige Rots"
24 Mei 2012 / Dr. Suzanne Lie

Mytria gaat verder met haar verhaal:
Het leek erop dat ik wakker was, maar ik zag mijn fysieke gestalte tegen een enorme rots aanleunen, zich vastklampend aan een paar bezittingen. Toen ik naar mijn fysieke zelf keek kon ik zien hoe haar innerlijke conflict haar had beroofd van haar schoonheid en maakte dat haar lichaam overdreven dun en bleek leek. In feite, kon ik zien hoezeer ziek zij was en een grote behoefte aan genezing had. Nochtans, het was niet haar lichaam dat ziek was, het was haar geest. Ik ging naar haar slapende gestalte toe en raakte haar hoofd aan. Onmiddellijk raakte de uitdrukking op haar gezicht ontspannen en werd haar ademhaling lang en ritmisch. Nu was het veilig voor mij om haar te verlaten.
Ik, het deel van haar ZELF waarmee zij zich, nog, niet had verbonden, herkende de rots onmiddellijk. De rots was een Heilige Rots, een Portaal in de rijken van de hogere frequenties van werkelijkheid binnenin de planeet. Ik stond voor de rots en stond mijn spirituele essentie toe er in adem te halen, als een klank met mijn etherische stem. Langzaam begon de Heilige Rots helderder en helderder te gloeien. Geleidelijk aan, begon een circulair patroon binnenin het smalle gebied te gloeien dat diende als een dak voor mijn fysieke gestalte.
Het circulaire patroon trok mijn adem naar binnen en nodigde mij uit om mijn klank luider en luider te laten zijn. Mijn stem maakte mijn slapende gestalte niet wakker aangezien het niet hoorbaar was voor haar fysieke oren. Nochtans, hoorde de Rots mij, en het Portaal reageerde door open te gaan. Mijn etherische essentie stroomde het Portaal binnen, welke mij in/naar het Hart van de planeet transporteerde. Binnenin dit Hart waren vele andere etherische gestalten die ook fysieke gestalten aan de oppervlakte bezaten.
Eén van deze etherische wezens was van een mannelijke essentie. Wij waren onmiddellijk tot elkaar aangetrokken, en toen wij elkaar aanraakten was het of wij met elkaar vermengden. Wij waren behoorlijk blij met deze graad van intimiteit. In feite, zonder woorden, lieten wij elkaar weten dat ons samengaan natuurlijk en extreem koesterend aanvoelde. Toen werd onze aandacht voor elkaar weggetrokken terwijl een enorm wezen van Licht de cirkel betrad, waarvan wij ons niet gerealiseerd hadden dat wij die gevormd hadden. Wij beide herkenden Het als een Arcturiaan.
De Arcturiaan stapte het Centrum van onze Cirkel binnen en strekte een arm van licht uit om een stralend Licht van een enigszins menselijke gestalte te introduceren. Dit Wezen was van een vrouwelijk energiepatroon, en zij introduceerde zichzelf als de Elohim van Alcyone. Alhoewel ik nog nooit dat woord gehoord had, Alcyone, wist ik onmiddellijk dat het de naam van de planeet was. Ik zal trachten te herhalen wat zij ons te vertellen had. Ik wist niet dat mijn fysieke zelf deze woorden niet begrepen zou hebben, aangezien zij in de Licht Taal waren die haar tot nu toe vermeden had.


Elohim Alcyone Spreekt:
"Geliefde etherische representaties van mijn nieuwe menselijke familie,
Ik verwelkom jullie om te genieten van de schoonheid en vruchtbaarheid van mijn planetaire vorm. De Arcturiaan en Ik hebben berichten in het bewustzijn gestuurd van diegenen die ons konden horen. Jullie zijn nu in jullie etherische gestalte, aangezien jullie dichte lichamen deze reis niet kunnen maken. Degene wiens vorm bekend is als Mytria heeft mijn "voordeur" ontdekt, en de rest van jullie zijn hier terwijl jullie fysieke vormen mediteren of slapen.
De Arcturiaan en Ik wensen jullie te vertellen dat jullie aan de rand van een grote kans staan, want mijn planeet staat op het punt om een Zon te worden. Als jullie een diepgaande hartverbinding met mij kunnen onderhouden terwijl ik mijn overgang maak, kunnen jullie mij vergezellen in jullie multidimensionale expressies van vorm. Wanneer jullie eenmaal die vorm hebben verkregen kunnen jullie iedere frequentie van lichaam dragen die voldoet aan jullie behoeften. Jullie zullen niets verliezen door deze wijziging en jullie zullen hier heel veel mee winnen/verkrijgen. 
Echter, het proces van deze transmutatie is niet voor diegene die lafhartig is, lui is of diegene die de kwaliteit ontbeert van een diepgaande verplichting. Het was geen toeval dat jullie op mijn fysieke lichaam arriveerden, aangezien ik jullie uitgekozen heb om mijn bewakers te zijn. De Arcturianen en Ik hebben gedurende vele van jullie generaties naar jullie gekeken en zijn constant aanwezig geweest binnenin jullie bewustzijnen sinds de tijd dat jullie hier voor het eerst landen.
Wij hebben een open oproep uitgezonden naar diegenen die welwillend zijn om mij met mijn overgang te ondersteunen. In ruil daarvoor, zal Ik jullie ondersteunen. De Arcturianen zullen ons beide assisteren, aangezien de passage door de Gang van het fysieke en zo de hogere rijken in hun Kosmische Dienst is. Wij wensen dat jullie rondom jullie heen kijken naar de etherische gestalten van diegenen in deze bijeenkomst, want JULLIE zijn degenen die de grootste toewijding  en plichtsbesef lieten zien voor het creëren van een nieuwe werkelijkheid gebaseerd op multidimensionaal Licht en onvoorwaardelijke Liefde.
Jullie zullen waarschijnlijk vergeten wie jullie hier nu zien, aangezien dat zo voorbestemd is. Wij willen dat jullie je als ÉÉN Licht-kracht verbinden binnenin jullie etherische lichaam en dat jullie jullie persoonlijke en groepsverplichting in mijn lichaam aarden wanneer jullie terugkeren naar jullie dagelijkse leven. Wanneer jullie elkaar in jullie fysieke rijk ontmoeten, zullen jullie een bepaalde scheut in jullie hart voelen en herkenning in jullie geest. Echter, jullie zullen elkaar niet kennen zoals jullie elkaar nu zien totdat de transformatie van mijn lichaam voltooid is. 
Ik dank jullie voor het vinden van jullie weg naar hier. Ik waardeer dat diepgaand, aangezien ik de moeilijke initiaties gezien heb die jullie voltooid hebben om de weg naar deze bijeenkomst te vinden. Jullie zijn mijn Beschermers en de Houders van mijn Vlam. Ik WEET dat jullie je weg naar de volgende bijeenkomst zullen vinden, en wij zullen elkaar weer ontmoeten met de voltooiing van onze ascentie. 
Tot dan, weet dat IK voor altijd binnenin en rondom jullie BEN. IK BEN de planeet waarop jullie staan, waarvan jullie eten, drinken en waarin jullie baden. IK BEN het land dat jullie een thuis geeft, het water dat vitaal voor jullie levenskracht is en het vuur dat jullie huizen verwarmt en jullie passie voor het leven ontsteekt. IK BEN de lucht die jullie inademen en de luchten waardoorheen jullie met jullie eeuwige, transformerende Sterrenschepen vliegen.
Ik verwelkom jullie op mijn Planeet, die spoedig een Zon zal zijn.
Ik verwelkom jullie op MIJN lichaam en in MIJN Ziel.
Wij, de Arcturianen, en ikzelf zijn in een voortdurende communicatie met jullie. Als Ik deze Cirkel verlaat, zullen de Arcturianen een persoonlijke boodschap aan een ieder van jullie geven. Daarom, ga in een rij staan om jullie persoonlijke boodschap te ontvangen.  
Ik zal jullie niet verlaten, want IK BEN binnenin jullie!
Toen de Elohim Alcyone de laatste zin uitsprak, barstte haar licht in iedere richting uiteen. Het ging in het plafond van onze Innerlijke Grot, in de muren, de vloer, de vele nissen en in de etherische gestalte van een ieder van ons. Voor een ogenblik, voelde ik mij in volledige eenheid met de Planeet, en volledige eenheid met de vreemdeling waarmee ik op mysterieuze wijze verbonden was. Derhalve, vertelde het licht van de Elohim ons, "nog niet", en onze verbinding werd verbroken.
Wij waren bijna in verlegenheid gebracht toen we op een rij gingen staan voor onze persoonlijke boodschap. Hij stond mij toe om voor hem te staan, en ik voelde me alsof mijn hart gebroken was. Wat was dit voor een verbinding? Wie was deze persoon? En ook, zou ik hem ooit weer ontmoeten?
 
Vertaling: Cobie de Haan - http://www.denkmetjehart.blogspot.nl/

*****
"De Grot"
25 Mei 2012 / Dr. Suzanne Lie

Mytria vertelt verder:
Ik ben beschaamd te zeggen dat ik me het gevoel van de vermenging met de mannelijke etherische vorm levendig tot op het kleinste detail kan herinneren, maar ik kon mijn persoonlijke boodschap van De Arcturiaan niet meer herinneren. Was ik dermate wanhopig naar liefde dat ik de boodschap die aan mijn gegeven was, direct afkomstig van de Arcturiaan, niet wist te waarderen? Gelukkig, dacht ik niet over die vraag na toen ik de eerste keer wakker werd. Ik was te zwak. Mijn etherische vorm was veel te lang uit mijn lichaam weggeweest, en mijn lichaam ging in shock.
Ik ervoer twee werkelijkheden tegelijkertijd. Ik voelde dat mijn etherische lichaam wanhopig probeerde om in mijn fysieke schelp terug te keren, en ik voelde ook dat mijn zwakke, koude en semi-bewuste fysieke gestalte probeerde diens geest te accepteren. Ik droomde of mediteerde niet. Ik had hoge koorts en mijn lichaam begon blauw te worden. Ik haalde nauwelijks adem en ik was erg, erg koud.
Ik trok mezelf in een strakke bal en duwde tegen de rots aan in een noodzakelijke en zinloze poging warmte te vinden. Ik bleef het bewustzijn verliezen, kwam terug, om daarna weer onmachtig te worden. Het zou snel donker worden, en de nachten waren hier erg koud.
Ik weet niet meer of ik bij bewustzijn was of niet toen ik een prachtige Vrouw van Licht zag. Zij was enorm en zag eruit alsof zij gemaakt was van wolken en sterren. Ik riep naar haar om me te helpen toen ze naar mij toe zweefde. Ik weet niet meer of de volgende herinnering echt was of een hallucinatie, maar zij zweefde vlak naast mij zo de rots in waar ik tegenaan leunde.
Gezegende warmte leek vanuit de rots te stromen waar zij erdoor naar binnen was gegaan, en ik hoorde een achtervolgende lyrische toon in mijn hoofd. Op de één of andere manier vond ik kracht genoeg om naar de plaats te kruipen waar het Licht Wezen de rots was binnengegaan. Ik was zo zwak dat ik mijzelf vast moest houden aan de rots om op te kunnen staan, maar terwijl ik dat deed, viel ik door een spleet, of was het een draaikolk, zo een donkere grot binnen. Het was warm, en ik hoorde lopend water terwijl ik in slaap viel.
Ik weet niet hoelang ik sliep, maar ik herinner me dat ik me bewoog om wat water te drinken, om daarna weer in slaap te vallen. Na een tijdje, ontdekte ik dat er bij het water enige paddenstoelen groeiden. Ik bracht hiervan een stukje naar mijn neus en lippen en voelde dat het goed was om hen te eten. Ik nam slechts een paar hapjes, en viel toen terug in slaap, helemaal vol.
Uiteindelijk, werd ik me rusteloos voelend wakker en zag wat eruit zag als een lichtstraal. Steun zoekend aan de wand van de grot om op te staan en te lopen, volgde ik de straal van licht naar diens bron, wat de mond van de grot was. De lucht was schoon en warm, en ik voelde me beter dan ik me sinds lange tijd gevoeld had. Ik was mijn 'droom', meditatie en/of visioen bijna vergeten, maar ik herinnerde me dat de planeet prachtig en vruchtbaar was.
Ik doezelde in de Zon totdat honger mij in beweging zette om enige eetbare planten of wortelen te vinden. Het water dat door de grot liep kwam uit in een kleine vijver die omringd was met planten. Ik herkende verscheidene planten als eetbaar en vond mijn enige overgebleven kom, vulde het met water en dronk terwijl ik de planten opat. Toen ik koud begon te worden, ging ik terug in de grot om te slapen. Ik weet niet precies hoelang ik zo leefde, want is was zo diep binnenin mijzelf dat ik vaak het verstrijken van de dagen niet opmerkte.
Ik leefde in het Nu van de natuur. Ik at wanneer ik hongerig was, dronk wanneer is dorstig was, bewoog wanneer ik stijf was geworden en sliep wanneer ik moe was. Ik was buiten als het weer dat toestond en in de grot wanneer het koud, regenachtig of donker was. Nochtans, soms bleef ik tot heel laat op of stond heel erg vroeg op om de sterren en sterrenstelsels in mij op te nemen. Toen, toen ik sterker was, begon ik het land te bewandelen om dat ook in kaart te brengen.
Ik werd met de dag gezonder en had iedere nacht een gezonde slaap. Mijn dromen waren erg levendig, maar gewoonlijk vergat ik hen wanneer het dag was geworden. Ik probeerde hen niet in mijn herinneringen vast te houden. Ik 'probeerde' niet om ook maar iets te DOEN. Ik leefde met het land, keek naar boven in de lucht, weekte in de vijver en scharrelde rond voor eten. Op een dag vond ik twee stenen die een vonk creëerden wanneer ik hen tegen elkaar aan wreef, en was ik in staat om een vuur te maken.
In volgorde voor mij om voorwaarts te gaan in mijn grotere expressie van zelf, ging ik terug naar de primitieve elementen van overleving. Na een tijdje, raakte zelfs de herinnering van mijn vermenging met de man verloren uit mijn herinneringen. Ik kon niet denken aan wat er vooraf gebeurd was of wat er als volgende zou gaan gebeuren. Ik leefde iedere ademhaling in rustige sereniteit. Ik denk dat ik mijn gehele leven op die manier zou hebben kunnen leven, totdat ik hem ontmoette.
Ik had heel erg ver gereisd die dag en had een prachtig meer gevonden met een waterval en een lieflijke plaats waar ik in het diepe water kon duiken. Na mijn kleine vijver, was het opwindend om te duiken, te zwemmen en onder de waterval te staan. Ik had zo'n verrukkelijke tijd dat ik niet in de gaten had dat de nacht aanstaande was. Uiteindelijk, keek ik omhoog en realiseerde me dat ik me terug naar de grot moest haasten. Ik klom uit het water en wandelde snel in de richting van mijn grot toen ik rechtstreeks tegen iemand aanliep.
Ik kon zijn gezicht niet zien in het vage licht, maar ik wist onmiddellijk dat hij het was. Het was de man met wie ik vermengd was geweest in de grot. Maar nu was hij fysiek, en ik was dat ook.
Wanneer wij terugkeren, zal Mytre spreken over zijn vroege ontwaking/bewustwording.
Mytria/Mytre

Vertaling: Cobie de Haan - http://www.denkmetjehart.blogspot.nl/

*****
"Herkenning"
May 27, 2012 / Dr. Suzanne Lie

Mytre Spreekt:
"Waar heb jij uitgehangen?" Ik sprak bars, misschien om de intensiteit te verhullen van de emotie die ik voelde door haar eigenlijke aanraking. "Je vrienden zijn bezorgd over jou en hebben mij uitgestuurd om je te vinden." zei ik met een zachtere stem. 
"Hoe weet je dat ik degene ben die je zoekt?"reageerde zij met een resonantie in haar stem die onmiddellijk mijn gedrag kalmeerde.
"Het spijt me dat ik zo grof tegen je deed. Het is alleen dat ik zo'n enorme lange tijd naar je gezocht heb. Hoe is het gekomen dat je hier zo ver weg verdwaald raakte?"
"Ik ben niet verdwaald. Ik woon hier vlakbij."
"Woont?" zei ik, ondertussen proberend mijn intense emoties onder controle te houden. "Er is hierbuiten niets waar je kunt wonen."
"Volg me."zei ze. "Ik zal je mijn woning laten zien."
Ze wandelde weg, en zonder een vraag te stellen volgde ik haar. We wandelden door bijna volledige duisternis, maar aarzelden nooit. Terwijl ik haar vreemd bekende vorm volgde, raakte ik meer en meer door haar betoverd. Wie was zij? Waarom voelde ik me alsof ik haar kende? Ik had deze gevoelens nog nooit voor iemand in mijn leven gehad, en ik had nauwelijks haar gezicht gezien.
Wij wandelden een behoorlijke tijd in totale stilte, terwijl ik probeerde mijn emoties te bevatten en in de duisternis te zien. De manen waren nog niet opgekomen en de hemel was nevelig, toch was iedere stap van haar zeker alsof zij deze reis vele keren gemaakt had. Ondertussen, probeerde ik om mijn waardigheid te behouden en niet te struikelen of te vallen. Ik, die er zo prat op ging een leider te zijn, volgde iedere voetstap van haar. 
Alsof het zo uitgestippeld was door een ongeziene bron, kwamen de beide manen op net op het moment dat wij rond een hoge rots kwamen en een klein gebied betraden wat vol stond met bloemen, planten, een kleine vijver en zelfs platte stenen die opgesteld waren als stoelen. Hoe had zij deze stenen verplaatst? Nochtans, zei ik niets. Ik wilde mezelf niet nogmaals in verlegenheid brengen door te snel te spreken. Nochtans was zij, overduidelijk, NIET verdwaald, en had ik haar enorm onderschat.
"Het wordt nu koud. Zullen we naar binnen gaan?"zei ze alsof ze mij volledig vertrouwde.
 "Ahh, euh…, ja."stamelde ik op een erge onwaardige manier.
"Laat mij een vuur aanleggen, zodat je naar binnen kunt kijken." zei ze terwijl ze zich bewoog naar een verzameling stenen die net buiten de grot in een klein, beschut gebied een kleine vuurkuil vormden. Ze verzamelde wat aanmaakhout en iets dat leek op mos, streek twee stenen tegen elkaar aan, en onmiddellijk ontstak een kleine vlam het aanmaakhout. Zij had duidelijk dit vuur vaker aangestoken. Toen pakte ze iets wat eruit zag als een rooster en plaatste dat op de stenen. 
"Ik zal wat thee maken om ons te verwarmen." zei ze gemakkelijk.
"Je hebt thee?" zei ik op een grove, verraste manier.
 "Oh ja." zei ze terwijl ze mij de grot binnenleidde waar ik vele kruiden ondersteboven zag hangen om te drogen.
"Waar heb je deze gevonden?" vroeg ik, wederom met een stem die te verrast was.
Ze negeerde mijn grove gedrag en draaide zich naar mij om om te reageren. Nochtans, toen onze ogen elkaar ontmoeten in het flikkerende licht, kon geen van ons beide een woord uitbrengen voor een tijdsduur die eeuwig leek te zijn. Zij was het die als eerste sprak.
"Ik ken jou." zei ze zonder enige verlegenheid.
"Ja." was alles wat ik zeggen kon. Ik kende haar, maar ik wist ook dat ik haar nog nooit eerder ontmoet had.
Zij draaide zich weer om en koos enkele kruiden uit, brak hen open, en deed hen in een kleine metalen pan. Ze vulde de pan met water vanuit de heldere kreek die door de grot kronkelt en zette de pan op de rooster.
"Wil je honing?"vroeg ze.
"Je hebt honing?"
Ze glimlachte als reactie op mijn vraag.
 “Ahh, zeker.”stamelde ik opnieuw.
In plaats van mijzelf verder in verlegenheid te brengen, keek ik rond in de kleine grot om mijn houding te herkrijgen en rustig te worden. Ik kon mijn ogen niet geloven. Zij had, inderdaad, een thuis gecreëerd hier, en het leek erop dat ze alleen was.
"Woon je hier alleen?"
"Oh nee! Ik ben niet alleen. Ik leef samen met de Natuur."
Ik keek opnieuw rond in haar woning. Aan de rechterzijde zag ik wat zeer waarschijnlijk haar bijeenvergaarde spullen waren. Het zag er oud en goed gebruikt uit.
"Ja, ik kan zien dat je dat doet. Ik heb spijt van mijn grofheid. Ik heb je behoorlijk onderschat. Ik verwachtte je te vinden, gewond en wel, of slechter, en in groot gevaar. In plaats daarvan, zie ik dat je een prachtige woning gecreëerd hebt. Hoe heb je dit allemaal zo voor elkaar gekregen?"
"Ik vroeg de Grote Moeder om hulp."zei ze, alsof ik wist wat dat betekende.
"De Grote Moeder?"
"Ja, je weet wel de Elohim Alcyone die we in de Kern ontmoet hebben."
"Maar, dat was alleen maar een droom. Hoe kan jij iets afweten van mijn droom?" In feite, was ik behoorlijk verrast dat de 'droom' onmiddellijk in mijn herinnering terugkeerde.
Zij koos ervoor om mijn vraag volledig te negeren en draaide zich om om een kleine maaltijd samengesteld uit voedsel dat ik nog nooit eerder gezien had te maken. Ze nam twee halve pompoenen, welke zij als borden gebruikte en leidde mij naar een kleine richel. Voor de richel stond een kleine tafel die gemaakt was van gevlochten twijgen en die ook als zodanig dienst deed.
In complete verwondering, ging ik zitten waar zij mij aanwees en keek stilletje toe terwijl zij de borden op de 'tafel' zette en terugging om de thee op te halen.
"Ik ben bang dat ik maar één kopje heb. Vind je het erg als we delen?"
Stil schudde ik mijn hoofd in verwondering, toen zij mij de thee overhandigde.
"Oh." zei ze en wandelde naar een andere richel toe waar ze een kleine metalen doos had staan. Ze bracht het mee terug en bood het mij aan zeggende, "Wil je een beetje van deze honing?"
Ik knikte zonder antwoord te geven, terwijl zij een kleine hoeveelheid van de zoete vloeistof in de stomende thee goot.
"Alsjeblieft…, eet." zei ze en bood mij mijn bord aan.
"Ik wil niet grof zijn."zei ik - te laat - aangezien ik al ongelooflijk grof was geweest, "…, maar hoe wist je dat deze planten niet giftig waren?"
"Zij vertelden mij dat." reageerde zij simpel.
"Euh, hoe vertelden zij dit dan aan jou?"vroeg ik.
"Ik rook slechts aan hen en plaatste hen op mijn hart. Als ze giftig waren, voelde ik angst, en als ze voedzaam waren, voelde ik liefde."
"Maar was dat dan niet gevaarlijk? Wat als je het fout had?"
"Ik vertrouwde mezelf, en ik vertrouwde de Natuur."
Ik zei niets meer. Ik deelde de heerlijke thee en at de smaakvolle planten. Ik nam aan dat als zij mij genoeg vertrouwde om mij in haar huis te brengen, ik haar genoeg kon vertrouwen om haar voedsel te eten. Vertrouwen? Ik dacht na over dat concept, terwijl ik aan de laatste keer probeerde te denken dat ik iemand vertrouwd had.
Mytria's ontwaking gebeurde voordat wij elkaar ontmoeten, terwijl mijn ontwaking/bewustwording die avond begon. Alles wat belangrijk in mijn leven was geweest leek onbelangrijk vergeleken met de simpele vrede die zij die nacht met mij deelde. Ik was gedreven geweest door ambitie en vertrouwde niemand in mijn worsteling om een leider en Beschermer te worden in de nieuwe wereld. 
Interessant genoeg, vertrouwden heel veel mensen mij, maar ik vertrouwde niemand. Nochtans, vertrouwde ik haar wel. Ik at haar mogelijk giftige eten en dronk haar thee van een onbekend 'kruid' zonder enige terughouding. In feite, terwijl ik op die kleine richel zat, wist ik dat mijn leven voor altijd veranderd was. Ik zou nooit meer dezelfde persoon zijn, wat een goed iets was. Ik was de laatste tijd niet al te dol op mezelf geweest.
Alsof ze mijn gedachten kon lezen, keek ze mij in mijn ogen en zei, "Ik was bijna dood toen ik hier aankwam. De Moeder heeft mij genezen en heeft mij een prachtig leven gegeven."
Ze pakte toen de borden en het ene kopje en ging naar buiten om ze te wassen. Ik zei niets, ik bood zelfs niet aan om haar te helpen. Ik was hier gekomen om haar te redden, maar het was duidelijk dat zij het was die mij zou redden.
Ik, Mytre, zal terugkeren om mijn verhaal verder te vertellen

Vertaling: Cobie de Haan - http://www.denkmetjehart.blogspot.nl/

Geen opmerkingen:

Een reactie posten